Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[X] ,
[Y],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 oktober 2018,
- de akte uitlaten, tevens houdende akte vermindering eis in reconventie aan de zijde van [X] .
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak tussen een bouwbedrijf en een opdrachtgever staat de verrekening van vorderingen centraal. Het bouwbedrijf vordert betaling van openstaande facturen, terwijl de opdrachtgever tegenvorderingen heeft wegens contractuele kortingen, minderwerk en herstelkosten. De rechtbank bevestigt dat het bouwbedrijf een vordering van €35.300,01 heeft en dat de tegenvorderingen van de opdrachtgever €37.773,21 bedragen.
De rechtbank gaat in op de stand van zaken rond herstelwerkzaamheden en schade door wateroverlast, waarbij sommige punten zijn opgelost of door verzekeraar worden gedekt. Het bouwbedrijf biedt bewijs aan over het functioneren van het Domoticasysteem, maar de rechtbank handhaaft haar eerdere bindende beslissing dat het systeem een gebrek vertoont.
Uiteindelijk wordt een bedrag van €2.473,20 aan de opdrachtgever toegekend met wettelijke rente. Het bouwbedrijf wordt op grond van artikel 6:60 BW Pro bevrijd van haar verbintenissen voor restpunten en klachten over de installatie. Proceskosten worden gecompenseerd en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens niet-naleving van de wettelijke vereisten.
Uitkomst: De rechtbank wijst verrekening toe en bevrijdt het bouwbedrijf van haar verbintenissen voor restpunten en installatieklachten, met een betaling van €2.473,20 aan de opdrachtgever.