De rechtbank Overijssel behandelde op 8 november 2018 de zaak tegen een 54-jarige vrouw uit Den Helder die werd verdacht van heling en verduistering van meerdere elektrische fietsen in de periode van december 2016 tot februari 2017. De tenlastelegging betrof het verwerven, voorhanden hebben en overdragen van elektrische fietsen die vermoedelijk door misdrijf waren verkregen, alsmede verduistering van fietsen die toebehoorden aan derden.
Tijdens de terechtzitting op 25 oktober 2018 heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte vrijgesproken wordt van enkele feiten, maar veroordeeld voor andere. De verdediging voerde aan dat verdachte geen wetenschap had van de herkomst van de fietsen en geen opzet had op verduistering, en bepleitte volledige vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte aanwezig was bij de uitvoering van de feiten, er geen wettig en overtuigend bewijs was dat zij een strafrechtelijk verwijtbaar aandeel had gehad. Daarom sprak de rechtbank haar integraal vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De benadeelde partijen vorderden schadevergoeding, maar omdat verdachte werd vrijgesproken, verklaarde de rechtbank deze vorderingen niet-ontvankelijk en verwees hen naar de burgerlijke rechter.
Het vonnis werd gewezen door de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer, te Zwolle op 8 november 2018.