ECLI:NL:RBOVE:2018:4209
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bestuurder stichting pgb-fraude wegens gebrek aan bewijs feitelijk leidinggeven
De rechtbank Overijssel behandelde een strafzaak tegen een vrouw en haar echtgenoot, waarbij de vrouw werd veroordeeld voor pgb-fraude en witwassen. Zij gaf leiding aan een stichting die persoonsgebonden budgetten ontving en vervalste verantwoordingsformulieren om onterecht hoge bedragen te verkrijgen. Het geld werd gebruikt voor materiële zaken en vakanties in plaats van zorg.
Haar echtgenoot, formeel voorzitter van de stichting, werd verdacht van feitelijk leidinggeven aan de fraude. De officier van justitie stelde dat hij op de hoogte was van de malversaties en niet had ingegrepen. De verdediging betwistte dit en stelde dat hij slechts een formele rol had zonder inhoudelijke betrokkenheid.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de echtgenoot feitelijk leiding gaf aan de verboden gedragingen. Hoewel hij formeel voorzitter was en enige financiële kennis had, was het zijn medeverdachte die de dagelijkse leiding had en beslissingen nam. De man werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
De vrouw werd veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, en een beroepsverbod van vijf jaar. Zij moet ruim € 854.000 terugbetalen aan de Staat. Omdat het echtpaar in gemeenschap van goederen was getrouwd, zijn beiden aansprakelijk voor dit bedrag.
Deze uitspraak benadrukt het belang van bewijs voor feitelijk leidinggeven bij bestuurders en de scheiding tussen formele en feitelijke rollen binnen een organisatie.
Uitkomst: De man werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van feitelijk leidinggeven aan pgb-fraude.