ECLI:NL:RBOVE:2018:4181

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 oktober 2018
Publicatiedatum
2 november 2018
Zaaknummer
6553013 \ CV EXPL 17-4135
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A. M. Mensink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:42 BWArt. 164 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijdering van leibomen binnen twee meter van erfgrens wegens ontbreken toestemming

In deze civiele zaak vorderen eisers de verwijdering van negen leibomen die door gedaagden binnen twee meter van hun erfgrens zijn geplant. Gedaagden stellen dat zij in 2014 toestemming hebben gekregen van eisers voor het planten van drie van deze leibomen, naast zes die in 2010 waren geplant.

De kantonrechter heeft gedaagden een bewijsopdracht gegeven om deze toestemming aan te tonen. Gedaagden hebben drie getuigen gehoord, waaronder zichzelf en een eiser, maar slaagden er niet in voldoende bewijs te leveren. De verklaringen van de partijgetuigen werden onvoldoende geacht, vooral omdat de derde getuige, een eiser, ontkende toestemming te hebben gegeven.

Hierdoor oordeelt de kantonrechter dat het planten van de leibomen binnen twee meter van de erfgrens onrechtmatig is op grond van artikel 5:42 BW Pro. Gedaagden worden veroordeeld om de bomen binnen veertien dagen te verwijderen of in te korten tot de hoogte van de erfafscheiding. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat geen aanwijzing bestaat dat het vonnis niet nageleefd zal worden.

Daarnaast wijst de kantonrechter de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten af, omdat deze niet passend zijn bij de aard van de hoofdvordering. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van €359,79. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2018.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot het verwijderen of inkorten van negen leibomen binnen twee meter van de erfgrens binnen veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 6553013 \ CV EXPL 17-4135
Vonnis van 23 oktober 2018
in de zaak van

1.[eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2.
[eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij, hierna te noemen [eisers] ,
gemachtigde: mr. P.W.M. Schepers,
tegen

1.[gedaagde 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagden] ,
gemachtigde: mr. E. Luttjeboer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 juni 2018 en de daarin genoemde stukken,
- het proces-verbaal van de getuigenverhoren gehouden op 7 september 2018.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De kantonrechter neemt over wat in het tussenvonnis van 26 juni 2018 is overwogen en beslist.
2.2.
In het tussenvonnis van 26 juni 2018 heeft de kantonrechter aan [gedaagden] opgedragen hun stelling te bewijzen dat zij in 2014 toestemming hebben gekregen van [eisers] voor het planten van de 3 leibomen naast en in lijn met de 6 leibomen die in 2010 door [gedaagden] zijn geplant. Voor het leveren van bewijs heeft [gedaagden] drie getuigen doen horen, te weten [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [eiser 1] .

3.De verdere beoordeling

3.1.
Naar het oordeel van de kantonrechter is [gedaagden] er niet in geslaagd bewijs te leveren voor het gestelde. Dat wordt als volgt gemotiveerd.
3.2.
Een partij aan wie een bewijsopdracht is opgedragen is in beginsel vrij in welke vorm zij dat doen, schriftelijk of via het horen van getuigen. De wet staat toe dat partijen zelf als getuige in hun zaak optreden. De getuige wordt dan partijgetuige genoemd. De verklaring van een partijgetuige mag op grond van artikel 164 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering slechts voordeel voor de partij opleveren als de verklaring een aanvulling is op ander, onvolledig bewijs. Een enkele verklaring van de partijgetuige is dus onvoldoende om een stelling te bewijzen.
3.3.
[gedaagden] heeft drie getuigen opgeroepen, waaronder [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zelf. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn beide dus partijgetuigen. [gedaagden] heeft naast de eigen verklaringen echter geen ander bewijs geleverd, zodat de verklaringen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geen bewijs opleveren van zijn stelling dat hij toestemming had van [eisers] voor het planten van de leibomen. Bovendien heeft de derde getuige, [eiser 1] , betwist toestemming te hebben gegeven voor het planten van de 3 leibomen langs de erfgrens.
3.4.
Nu [gedaagden] er niet in is geslaagd zijn stelling te bewijzen, volgt dat het hebben van de leibomen binnen 2 meter van de erfafscheiding op grond van artikel 5:42 van Pro het Burgerlijk Wetboek onrechtmatig is. De kantonrechter zal [gedaagden] dan ook veroordelen tot het verwijderen en verwijderd houden van de 9 leibomen die gepland zijn binnen twee meter van de erfafscheiding met [eisers] , dan wel het inkorten en ingekort houden van deze bomen tot de hoogte van de erfafscheiding met [eisers] . [gedaagden] moet hieraan voldoen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
3.5.
De kantonrechter ziet geen aanleiding de gevorderde dwangsom op te leggen, nu niet is gesteld noch is gebleken dat [gedaagden] dit vonnis niet zal nakomen.
3.6.
[eisers] vordert voorts de buitengerechtelijke incassokosten voor een bedrag van € 194,70. Omdat de hoofdvordering van [eisers] niet gegrond is op betaling van een bedrag uit hoofde van een overeenkomst, is het Besluit buitengerechtelijke incassokosten niet van toepassing. Voor de beoordeling of het gevorderde bedrag kan worden toegewezen moet gekeken worden naar het Rapport Voor-werk II. [eisers] moet stellen dat de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk gemaakt zijn en dat de kosten die hij vordert ook kwalificeren als buitengerechtelijke kosten. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eisers] daaraan niet voldaan, zodat de vordering zal worden afgewezen.
3.7.
[gedaagden] zal als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eisers] tot aan dit vonnis begroot op
€ 359,79. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
  • explootkosten: € 104,79
  • griffierecht: € 79,00
  • salaris gemachtigde: € 180,00(3 punten á € 60,00 liquidatietarief kanton)
totaal: € 359,79

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagden] tot het binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis verwijderen en verwijderd houden van de 9 leibomen die geplant zijn binnen 2 meter van de erfgrens met [eisers] dan wel tot het inkorten en ingekort houden van deze bomen tot de hoogte van de erfafscheiding met [eisers] ,
4.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eisers] tot aan dit vonnis begroot op € 359,79,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. M. Mensink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2018.