De rechtbank Overijssel behandelde het beroep van Brugman Radiatorenfabriek B.V. tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen om ambtshalve de milieuvoorschriften van haar omgevingsvergunning aan te passen. Het besluit was gebaseerd op de veronderstelling dat de inrichting een IPPC-installatie betrof, waardoor deze vergunningplichtig zou zijn.
De kern van het geschil betrof de classificatie van het KTL-proces (Kathodische Tauch Lackierung) binnen de inrichting. De rechtbank liet de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) als deskundige adviseren, die concludeerde dat het elektrolytisch proces binnen KTL slechts een nevenproces is en dat het proces als geheel niet als een elektrolytisch procedé valt onder categorie 2.6 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE). Verweerder was het hier niet mee eens, maar na nadere toelichting van de StAB gaf de rechtbank de voorkeur aan het deskundigenadvies.
De rechtbank oordeelde dat de inrichting geen IPPC-installatie is en daarom niet vergunningplichtig is, maar volledig onder het Activiteitenbesluit valt. Hierdoor ontbrak de wettelijke grondslag voor de opgelegde vergunningvoorschriften en maatwerkvoorschriften voor het milieuaspect lucht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.