De rechtbank Overijssel heeft op 12 januari 2018 het verzoek van de stiefvader tot adoptie van de minderjarige [B] afgewezen. Het verzoek volgde na het overlijden van de moeder. De rechtbank baseerde haar oordeel op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en het verslag van de bijzondere curator, die beiden concludeerden dat niet aan de wettelijke vereisten voor stiefouderadoptie was voldaan.
De stiefvader kon niet aantonen dat hij ten minste drie aaneengesloten jaren met de moeder had samengewoond voorafgaand aan het verzoek, noch dat hij de minderjarige minimaal een jaar had verzorgd en opgevoed. Daarnaast was niet vast te stellen dat de minderjarige niets meer van haar biologische vader te verwachten had, mede omdat het contact tussen vader en kind nog in ontwikkeling was en het belang van het kind bij het behouden van die relatie werd benadrukt.
De rechtbank stelde dat de adoptie niet in het kennelijk belang van de minderjarige was, mede vanwege de moeizame verhouding tussen stiefvader en de biologische familie en de wens van het kind om haar vader te leren kennen. De familierechtelijke betrekkingen met de biologische vader zouden door adoptie worden beëindigd, wat niet in het belang van het kind werd geacht. Hoewel de stiefvader een belangrijke rol in het leven van het kind speelt, voldeed hij niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor het verzoek werd afgewezen.