ECLI:NL:RBOVE:2018:3781

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 oktober 2018
Publicatiedatum
12 oktober 2018
Zaaknummer
C/08/223158 / KG ZA 18-288
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 557 RvArt. 444 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming bedrijfsruimte en betaling achterstallige huur in kort geding

In deze kortgedingprocedure vordert eiser de ontruiming van een bedrijfsruimte die door gedaagde wordt gebruikt en betaling van achterstallige huurpenningen. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de dagvaarding aan alle formele vereisten voldoet en oordeelt dat de vordering toewijsbaar is. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op 14 dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat eiser de ontruiming kan afdwingen met behulp van politie en justitie.

Daarnaast wordt het salaris van de advocaat van eiser toegekend conform de gebruikelijke kantontarieven. De machtiging om de ontruiming via de deurwaarder te laten uitvoeren wordt als overbodig afgewezen, aangezien de deurwaarder op grond van wettelijke bepalingen een binnentredingsrecht heeft en politie kan inschakelen.

Gedaagde wordt veroordeeld om het pand leeg, bezemschoon en in goede staat aan eiser te leveren, inclusief het afgeven van de sleutels. Tevens moet gedaagde een voorschot op achterstallige huur van €4.900 betalen met wettelijke rente. De proceskosten en nakosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van €4.900 achterstallige huur met wettelijke rente.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/223158 / KG ZA 18-288

Vonnis in kort geding van 11 oktober 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. G. van Lent te Almelo,
tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
niet verschenen.

De procedure

[eiser] heeft gesteld en gevorderd als staat vermeld in de dagvaarding van 2 oktober 2018.
De inhoud van die dagvaarding geldt als hier ingelast en herhaald.
De zaak is behandeld ter terechtzitting van 11 oktober 2018. [eiser] heeft zijn standpunt doen toelichten door zijn gemachtigde. Tegen de niet verschenen gedaagde partij [gedaagde] is verstek verleend.
Het vonnis is bepaald op heden.

De motivering van de beslissing

Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen.
De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoort daarom te worden toegewezen, met inachtneming van het volgende.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding de ontruimingstermijn vast te stellen op 14 dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen nu [eiser] de ontruiming desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie kan afdwingen. Voorts zal, gelet op het feit dat de kantonrechter als voorzieningenrechter ook bevoegd is van geschillen als de onderhavige kennis te nemen, en in kantonzaken een lager salaris geldt, een bedrag aan salaris advocaat worden toegewezen overeenkomstig de gebruikelijke kantontarieven. De gevorderde machtiging aan [eiser] om de ontruiming zo nodig op kosten van [gedaagde] via de deurwaarder te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm, zal, als zijnde overbodig, worden afgewezen. De gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder, en de deurwaarder heeft op grond van de artikelen 557 juncto 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een binnentredingsrecht en kan zich zo nodig laten bijstaan door de politie.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De gevorderde nakosten zullen conform de landelijke aanbeveling worden begroot op het tarief van een half punt gemachtigdesalaris in kantonzaken, met een maximum van € 100,00. Gelet op het gemachtigdesalaris in deze zaak, van € 200,00 per punt, zal worden toegewezen € 100,00.

De beslissing in kort geding

I. Veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het winkelpand van [eiser] aan de [adres] te Hengelo leeg en bezemschoon en in goede staat ter beschikking te stellen aan [eiser] en dit winkelpand te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken -tenzij deze zaken van [eiser] zijn- en de sleutels af te geven aan [eiser] .
II. Veroordeelt [gedaagde] om bij wijze van voorschot op de achterstallige huurpenningen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.900,00, (zegge: vierduizendnegenhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele betaling.
III. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.394,91, waaronder € 400,00 salaris voor de advocaat. Begroot de nakosten op € 100,00.
IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
V. Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. K.G.F. van der Kraats, voorzieningenrechter, en op 11 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.