ECLI:NL:RBOVE:2018:3781
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming bedrijfsruimte en betaling achterstallige huur in kort geding
In deze kortgedingprocedure vordert eiser de ontruiming van een bedrijfsruimte die door gedaagde wordt gebruikt en betaling van achterstallige huurpenningen. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de dagvaarding aan alle formele vereisten voldoet en oordeelt dat de vordering toewijsbaar is. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op 14 dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat eiser de ontruiming kan afdwingen met behulp van politie en justitie.
Daarnaast wordt het salaris van de advocaat van eiser toegekend conform de gebruikelijke kantontarieven. De machtiging om de ontruiming via de deurwaarder te laten uitvoeren wordt als overbodig afgewezen, aangezien de deurwaarder op grond van wettelijke bepalingen een binnentredingsrecht heeft en politie kan inschakelen.
Gedaagde wordt veroordeeld om het pand leeg, bezemschoon en in goede staat aan eiser te leveren, inclusief het afgeven van de sleutels. Tevens moet gedaagde een voorschot op achterstallige huur van €4.900 betalen met wettelijke rente. De proceskosten en nakosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van €4.900 achterstallige huur met wettelijke rente.