Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
24 mei 2018 een openbare terechtzitting plaatsgevonden, alwaar de mrs. W. Foppen,
H.R. Schimmel en S. Taalman (hierna: de meervoudige strafkamer) zitting hadden.
Rechtbank Overijssel
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de meervoudige strafkamer die hem berechtte. Het verzoek was gebaseerd op de beslissing van de strafkamer om een aangeefster als getuige ter zitting te horen, wat volgens verzoeker onbegrijpelijk was en aanleiding gaf tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de beslissing van de strafkamer om de aangeefster te horen binnen haar discretionaire bevoegdheid valt en niet dermate onbegrijpelijk is dat dit een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid oplevert. Hoewel de officier van justitie en verzoeker twijfels hadden over de bewijswaarde van het getuigenverhoor, achtte de wrakingskamer deze twijfels onvoldoende voor wraking.
De wrakingskamer benadrukte dat de strafkamer zich bewust is van de positie van verzoeker als verdachte en dat het horen van de getuige zowel in zijn voordeel als nadeel kan uitpakken. Er is geen objectieve aanwijzing dat de strafkamer partijdig is. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen en deze beslissing is in het openbaar uitgesproken, waartegen geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.