ECLI:NL:RBOVE:2018:3503
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- J.A.O.M. van Aerde
- W.J.B. Cornelissen
- U. van Houten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de meervoudige strafkamer die zijn zaak behandelden, omdat dezelfde kamer eerder een medeverdachte had veroordeeld en hij vreest voor een vooringenomen oordeel jegens hem.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek tijdig is ingediend, aangezien verzoeker pas op 8 augustus 2018 bekend werd met de samenstelling van de kamer. De kamer stelt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er concrete feiten zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer concludeert dat het vonnis tegen de medeverdachte geen uitspraak bevat over de schuld van verzoeker en dat verzoeker meer leest in het vonnis dan er staat. Daarom is er geen grond voor wraking en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve gronden voor vooringenomenheid.