Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- het door verdachte geschetste scenario dat [slachtoffer] zelf een billendoekje in haar mond heeft gestopt, is onaannemelijk. Er moet van uit worden gegaan dat verdachte het doekje in de mond van [slachtoffer] heeft gestopt/geduwd en zodanig diep in de keel heeft gedrukt dat het operatief moest worden verwijderd;
- uitgaande van het scenario dat [slachtoffer] zelf het doekje in de mond heeft gestopt, is het niet te begrijpen dat verdachte het doekje, dat deels nog uit het mondje van [slachtoffer] hing, niet zelf heeft kunnen verwijderen. Gelet op de verdere inhoud van het dossier is het niet aannemelijk dat verdachte in paniek zou hebben gehandeld, zoals hij zelf heeft verklaard;
- de kans dat [slachtoffer] , doordat verdachte het doekje in haar keel heeft gedrukt, kwam te overlijden was aanmerkelijk en verdachte heeft deze kans bewust aanvaard. Indien de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte het doekje in de mond van [slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt, dan kan verdachte worden verweten dat hij heeft nagelaten het doekje uit de mond van [slachtoffer] te halen. Dit nalaten en de overige handelingen die verdachte heeft verricht - te weten het verder duwen van het doekje in de keel van [slachtoffer] en het op de kop onder de kraan houden van [slachtoffer] - zijn zo zeer gericht op de dood dat het niet anders kan dan dat verdachte voorwaardelijk opzet op de dood heeft gehad;
- in het geval de rechtbank niet komt tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, kan het subsidiair ten laste gelegde bewezen worden verklaard. Door verdachtes handelen is er zuurstofgebrek opgetreden in de hersenen van [slachtoffer] waarbij een grote kans bestaat dat [slachtoffer] daar blijvend letsel aan heeft overgehouden;
- vanaf de derde levensweek van [slachtoffer] zijn er bij haar blauwe plekken en krasletsels vastgesteld en daarnaast is geconstateerd dat zij meerdere botbreuken van verschillende leeftijd had. Uitgaande van het rapport van het NFI en hetgeen de deskundige W. Karst ter zitting heeft verklaard, moet worden geconcludeerd dat deze breuken en letsels door kindermishandeling zijn ontstaan;
- omdat het gaat om zeer veel letsels die op verschillende tijdstippen zijn ontstaan, is de conclusie dat de letsels zijn toegebracht door iemand die [slachtoffer] veel heeft verzorgd. Gezien het feit dat verdachte heeft gepleegd op 23 december 2017 en de overige stukken in het dossier, waaronder WhatsApp-gesprekken en verdachtes zoekgedrag op internet, is de gevolgtrekking gerechtvaardigd dat verdachte degene is geweest die de letsels heeft toegebracht.
- op grond van de stukken kan niet worden bewezen dat verdachte moedwillig een billendoekje in de mond/keel van [slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt. De verklaring van verdachte dat het billendoekje niet door zijn toedoen in het mondje van [slachtoffer] is gekomen, vindt steun in de inhoud van het NFI-rapport. Uitgaande van verdachtes verklaring kan niet bewezen worden dat verdachte (voorwaardelijk) opzet op het doden van [slachtoffer] heeft gehad. Integendeel, verdachte heeft gehandeld in paniek en hij heeft er alles aan gedaan om het doekje uit de mond/keel van [slachtoffer] te halen. De handelingen die verdachte daartoe heeft verricht, zijn derhalve niet gericht geweest op de dood van [slachtoffer] maar juist op het redden van [slachtoffer] ;
- voor het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde geldt hetzelfde als hetgeen ten aanzien van het primair ten laste gelegde is aangevoerd. De handelingen die verdachte bij [slachtoffer] heeft verricht zijn juist gericht geweest op het voorkomen van (zwaar) lichamelijk letsel. Daarbij kan het zuurstoftekort in de hersenen dat [slachtoffer] heeft opgelopen eveneens het gevolg zijn van fouten die er in het ziekenhuis zijn gemaakt;
- wat betreft de breuken waarover eenduidigheid bestond bij de verschillende radiologen is de conclusie dat er waarschijnlijk sprake is van kindermishandeling. Het bewijs dat verdachte deze breuken heeft toegebracht is er niet. Het dossier laat de mogelijkheid open dat een ander in de omgeving van [slachtoffer] haar deze letsels heeft toegebracht;
- voor het onder 2 subsidiair ten laste verwijt dat verdachte hardhandig met [slachtoffer] is omgegaan, ontbreekt het bewijs. De mogelijke ruwere omgang van verdachte met [slachtoffer] kan de ernstige letsels niet verklaren;
- ten aanzien van de onder 3 ten laste gelegde blauwe plekken kan niet bewezen worden wanneer die zijn toegebracht. Derhalve kan ook niet bewezen worden dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer] heeft mishandeld.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
1 primair
het misdrijf: poging tot doodslag
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland met nummer ON1R017117 (Tivoli). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
opmerking griffier; dit wordt verbeterd gelezen in 23 december 2017) om naar de [adres] in Deventer te gaan?