Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Beschikking
[bewindvoerder],
Het procesverloop
De beoordeling
De beslissing
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Overijssel
In deze zaak heeft de bewindvoerder bij brief, ontvangen op 29 mei 2018, verzocht om de vermindering van de intakevergoeding die bij de beschikking tot het instellen van het bewind was toegepast, ongedaan te maken. De vermindering betrof twee uren die in mindering waren gebracht omdat er geen zitting had plaatsgevonden of omdat de bewindvoerder niet ter zitting was verschenen.
Op 31 augustus 2018 vond een mondelinge behandeling van het verzoek plaats. De kantonrechter stelde vast dat de instellingsbeschikking onherroepelijk was geworden omdat er geen hoger beroep was ingesteld. Hierdoor was de beschikking in kracht van gewijsde gegaan.
Omdat het verzoek van de bewindvoerder buiten de appeltermijn was ingediend, werd hij niet-ontvankelijk verklaard. De kantonrechter wees het verzoek af en bevestigde dat tegen deze beschikking binnen drie maanden hoger beroep kan worden ingesteld.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.C. Bosch op 7 september 2018 te Almelo, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; verzoek tot ongedaan maken vermindering intakevergoeding afgewezen.