ECLI:NL:RBOVE:2018:3230
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging ziekengeld wegens onvoldoende gemotiveerde arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als fiscaal juridisch adviseur, ontving vanaf 1 november 2016 een WW-uitkering en meldde zich op 18 oktober 2016 ziek met psychische klachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling besloot verweerder dat eiser vanaf 18 december 2017 geen recht meer had op ziekengeld. Eiser voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, mede door medicijnbijwerkingen, niet juist waren beoordeeld.
De rechtbank beoordeelde de rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige en constateerde tegenstrijdigheden en onvoldoende motivering, met name over de belastbaarheid en geschiktheid van eiser voor zijn eigen werk. De arbeidsdeskundige concludeerde onterecht dat eiser geschikt was, zonder onderbouwing en zonder rekening te houden met eerdere medische rapporten.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet inzichtelijk en deugdelijk gemotiveerd was en vernietigde het besluit. Verweerder moet een nieuw besluit nemen na een nieuwe verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.