Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
‘schuur met beperkte exploitatie’.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over het gebruik van een gehuurde schuur. Huurder exploiteert daarin een cateringbedrijf, waarvoor geen vergunning is verleend en dat in strijd is met het bestemmingsplan. Verhuurder vordert ontruiming omdat huurder weigert het gebruik te staken.
Huurder heeft een omgevingsvergunning aangevraagd, die is geweigerd en in bezwaar gehandhaafd. Ondanks sommatie zet huurder de activiteiten voort. Verhuurder dreigt dwangsommen te verbeuren vanwege het illegale gebruik. De voorzieningenrechter oordeelt dat huurder toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, aangezien het gebruik niet conform de bestemming is en zonder vereiste vergunning.
De voorzieningenrechter gaat uit van de geldigheid van het geweigerde vergunningbesluit, zolang dit niet is vernietigd. Gezien de ernst van de wanprestatie en het belang van verhuurder bij beëindiging van het illegale gebruik, wordt de ontruiming binnen vijf dagen bevolen, met een dwangsom van €500 per dag tot een maximum van €30.000. Huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vijf dagen onder verbeurte van een dwangsom van €500 per dag met een maximum van €30.000.