ECLI:NL:RBOVE:2018:2825

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
6 augustus 2018
Publicatiedatum
7 augustus 2018
Zaaknummer
C/08/220451 / KG ZA 18-205
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 556 lid 1 RvArt. 557 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot ontruiming woonruimte wegens overlast

Stichting Woonzorg Nederland vordert in kort geding de ontruiming van een woning te Enschede wegens overlast veroorzaakt door de bewoners. De voorzieningenrechter baseert zich op verklaringen van omwonenden en e-mails van eiseres die de overlast onderbouwen. Gedaagden zijn niet verschenen en verstek is verleend.

De vordering tot ontruiming wordt toegewezen omdat de overlast onrechtmatig en voldoende aannemelijk is gemaakt. De gevorderde machtiging tot ontruiming met behulp van de sterke arm wordt afgewezen, maar de deurwaarder mag zelf de sterke arm inschakelen indien nodig. Gedaagden krijgen veertien dagen om de woning te ontruimen.

Daarnaast worden gedaagden veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van eiseres zijn begroot op €1.364,60. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Vordering tot ontruiming van woonruimte wegens overlast wordt toegewezen met veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/220451 / KG ZA 18-205
Vonnis in kort geding van 6 augustus 2018
in de zaak van
de stichting
STICHTING WOONZORG NEDERLAND,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. D.F. Briedé te Almelo,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

wonende te Enschede,
2.
[gedaagde 2],
wonende te Enschede,
3.
[gedaagde 3],
wonende te Enschede,
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties,
  • de aanvullende producties van de zijde van eiseres bij brief van 30 juli 2018,
  • de mondelinge behandeling d.d. 1 augustus 2018, alwaar eiseres, vertegenwoordigd door [X] en vergezeld door mr. Briedé, voornoemd, zijn verschenen,
  • het tijdens de behandeling tegen gedaagden verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald, dat vandaag bij vervroeging wordt uitgesproken.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering die strekt tot - kort gezegd - ontruiming van woonruimte op grond van overlast, komt de voorzieningenrechter gelet op de overgelegde verklaringen van omwonenden en e-mails van eiseres betreffende die overlast onrechtmatig noch ongegrond voor en kan daarom - op de wijze zoals hierna vermeld - worden toegewezen, met inachtneming van en behoudens het navolgende.
2.2.
De gevorderde machtiging tot ontruiming met behulp van de sterke arm wordt, gelet op het bepaalde in artikel 556 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en artikel 557 Rv Pro, afgewezen. De executerend deurwaarder kan zo nodig zelf de bijstand van de sterke arm inroepen.
2.3.
Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op
€ 731,60 aan verschotten (dagvaarding € 105,60 en griffierecht € 626,--) en € 633,-- aan salaris van de advocaat.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
beveelt gedaagden de woning aan het adres [adres] te [Enschede] te ontruimen met al het hunne en de hunnen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en bepaalt dat, wanneer gedaagden binnen de gestelde termijn om tot ontruiming over te gaan in gebreke mochten blijven, eiseres gerechtigd is die ontruiming op grond van artikel 556 lid 1 Rv Pro te laten uitvoeren door een gerechtsdeurwaarder, zulks op kosten van gedaagden;
3.2.
veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 1.364,60;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op
6 augustus 2018. [1]

Voetnoten

1.type: