ECLI:NL:RBOVE:2018:2588
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs dwang bij sexting via WhatsApp en Snapchat
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 23-jarige verdachte die werd beschuldigd van het dwingen van een vrouw tot sexting via WhatsApp en Snapchat in de periode van eind november tot half december 2016. De tenlastelegging omvatte onder meer het dreigen met het publiceren van naaktfoto's om meer naaktfoto's of seksuele handelingen af te dwingen.
Tijdens de terechtzitting op 10 juli 2018 presenteerde de officier van justitie de vordering en stelde dat de aangifte van het slachtoffer betrouwbaar was, mede ondersteund door WhatsApp-berichten in het dossier. De verdediging betoogde dat verdachte niet heeft gedwongen tot het sturen van naaktfoto's of seksuele handelingen en dat het slachtoffer uit eigen beweging de eerste naaktfoto had gestuurd.
De rechtbank constateerde dat de eerste naaktfoto vrijwillig door het slachtoffer via Snapchat was verzonden en dat de WhatsApp-berichten niet overtuigend aantonen dat verdachte dwang heeft uitgeoefend. De Snapchat-gesprekken waarop het slachtoffer zich baseerde, ontbraken in het dossier. Hierdoor ontbrak wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastelegging.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde het slachtoffer niet-ontvankelijk in haar vordering tot immateriële schadevergoeding, omdat deze verband hield met de vrijgesproken feiten. De benadeelde werd verwezen naar de burgerlijke rechter voor haar vordering.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Almelo op 24 juli 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor dwang bij sexting.