De rechtbank Overijssel heeft op 19 juli 2018 de verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging voor de terbeschikkinggestelde bevolen voor de duur van één jaar. De maatregel is oorspronkelijk opgelegd in 1986 na bewezenverklaring van poging tot doodslag en bedreiging.
De terbeschikkinggestelde kampt met een gemengde persoonlijkheidsstoornis met paranoïde en schizoïde kenmerken, terugkerende psychotische decompensaties en middelengebruik. Ondanks intensieve behandeling is er weinig vooruitgang en blijft het risico op terugval in gewelddadig gedrag hoog zonder het kader van de terbeschikkingstelling.
De rechtbank weegt het belang van de terbeschikkinggestelde tegen de veiligheid van de maatschappij en constateert dat de veiligheid ditmaal prevaleert. Een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging acht de rechtbank nu te vroeg, mede omdat belangrijke stappen in het resocialisatietraject nog gezet moeten worden. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding af en verlangt bij de volgende verlenging een maatregelenrapport van de reclassering.