Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de producties van [gedaagde]
- de mondelinge behandeling
- de eis in reconventie
- de pleitnota van [eiser 1] en [eiser 2]
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Overijssel
Drie erfgenamen zijn betrokken bij de afwikkeling van de nalatenschap van hun overleden vader, waaronder een woning die onderdeel is van de boedel. Aanvankelijk was verkoop van de woning gepland, maar gedaagde trok haar volmacht voor verkoop in met de wens de woning zelf te verkrijgen samen met haar echtgenoot. Er vond intensief WhatsApp- en e-mailverkeer plaats waarin een bod van €189.000,- werd gedaan, maar een voorwaarde was dat vóór 1 mei 2018 een voorlopige koopakte zou worden getekend.
De makelaar verklaarde dat bij het uitblijven van ondertekening door gedaagde vóór 1 mei, het huis aan derden mocht worden aangeboden. Na het verstrijken van deze termijn tekenden eiseressen een voorlopige koopovereenkomst met een derde partij voor €220.000,-. Gedaagde weigerde medewerking aan verkoop aan deze derde.
De rechtbank oordeelt dat geen overeenkomst tot toedeling/verkoop aan gedaagde tot stand is gekomen, omdat het bod niet is aanvaard en de essentiële voorwaarde van ondertekening van een voorlopige koopakte niet is vervuld. De vordering van eiseressen tot medewerking aan verkoop en levering aan de derde wordt toegewezen, terwijl de reconventionele vordering van gedaagde wordt afgewezen. De rechtbank bepaalt dat bij nalatigheid van gedaagde het vonnis in de plaats treedt van haar toestemming en handtekening.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en levering van de woning aan de derde koper.