ECLI:NL:RBOVE:2018:2310
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering onterecht ontvangen persoonsgebonden budget
Eiser ontving sinds 2010 een indicatie voor huishoudelijke hulp en vanaf 2015 een persoonsgebonden budget (pgb) voor beschermd wonen. Verweerder trok het pgb per 1 januari 2015 met terugwerkende kracht in en vorderde het betaalde bedrag van €115.843,58 terug, mede van de zus van eiser die een thuiszorgorganisatie exploiteert.
De Sociale Recherche voerde een uitgebreid onderzoek uit, waarbij waarnemingen, getuigenverklaringen en dossieronderzoek wezen op het niet of nauwelijks ontvangen van de gedeclareerde zorg. Eiser had getekende declaraties ingediend waaruit bleek dat hij zeven dagen per week zorg kreeg, maar het onderzoek toonde aan dat dit niet overeenkwam met de werkelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat eiser onjuiste informatie had verstrekt en daarmee zijn inlichtingenplicht had geschonden. Tevens werd vastgesteld dat eiser willens en wetens onjuiste verklaringen had getekend, waarmee opzet was aangetoond. De terugvordering van het pgb was daarom terecht.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het onterecht ontvangen pgb wordt ongegrond verklaard.