Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- het tussenvonnis van 11 oktober 2017
- de akte van IGP
- de antwoordakte van Lypack.
2.De verdere beoordeling
Totaal € 467.655,00.
customs clearance fee” ziet ten bedrage van 350.000 RMB, de “
office expenses” ten bedrage van 180.000 RMB en de “
employees and social security expenses”van 35.000 RMB. Volgens Lypack heeft IGP ten slotte de door haar gestelde verkoopprijs onvoldoende onderbouwd, bijvoorbeeld aan de hand van facturen en betaalbewijzen, en heeft IGP niet gesteld hoeveel agenten zij in totaal bediende.
customs clearance fee” ziet, maar de rechtbank ziet onvoldoende aanleiding om eraan te twijfelen dat dit op andere producten zou zien dan babymelkpoeder of dat de “
office expenses”niet op de bedoelde periode zien. Ten aanzien van de extra loonkosten ad € 77.142,00 voor tien personen (ongeveer € 7.700,00 per werknemer) geldt dat IGP onvoldoende heeft onderbouwd waarom deze kosten relatief gezien zoveel lager zijn per werknemer dan de loonkosten in 2015 van € 60.075 per jaar voor zes personen (ongeveer € 10.000,00 per werknemer). De rechtbank ziet hierin aanleiding om de extra loonkosten vast te stellen op basis van de eerder genoemde € 10.000,00 per werknemer, aldus € 100.000,00 in plaats van € 77.142,00. Dat betekent dat op het schadebedrag een bedrag van € 22.858,00 extra in mindering moet worden gebracht. Voor het overige geldt dat IGP een (ruime) post onvoorziene kosten heeft opgenomen van € 50.000,00.
9.640,00(2,5 punten × tarief € 3.856,00)