Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
1.de vennootschap onder firma V.O.F. ONZE ZAAK,
[gedaagde 2]
[gedaagde 3],
Rechtbank Overijssel
In deze kortgedingprocedure vorderen eiser partijen ontruiming van het gehuurde bedrijfspand en betaling van achterstallige huur en incassokosten van de vennootschap onder firma Onze Zaak. De huurovereenkomst betreft een horecazaak met een huurprijs van €6.500 per maand en een aparte huurovereenkomst voor de bedrijfsinventaris.
Onze Zaak erkent een huurachterstand van €20.835 over november 2017 tot en met maart 2018 en betaalt de huur structureel te laat. De rechtbank acht de huurachterstand en het uitblijven van betaling over april 2018 voldoende ernstig om met grote waarschijnlijkheid te verwachten dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen.
Onze Zaak voert aan dat ontruiming waarschijnlijk faillissement zal veroorzaken en dat er een lopend conflict is over een bonusbetaling die de achterstand kan verminderen. De rechtbank vindt echter geen aanleiding om uitstel te verlenen omdat Onze Zaak geen concrete termijn noemt voor betaling en het conflict al twee jaar duurt.
De vordering tot betaling van huurachterstand inzake de inventaris wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en onduidelijkheid over afspraken. De buitengerechtelijke incassokosten worden gedeeltelijk toegewezen. De rechtbank veroordeelt Onze Zaak tot ontruiming binnen twee weken en tot betaling van de huurachterstand, toekomstige huur tot ontruiming, incassokosten en proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Onze Zaak wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van huurachterstand, toekomstige huur tot ontruiming, incassokosten en proceskosten.