Uitspraak
[A],
rrs-dienstennog recht heeft op een bedrag van € 65,00 netto, waarmee aan het geschil tussen partijen op dit onderdeel een einde is gemaakt.
Rechtbank Overijssel
De werknemer had meerdere tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij de werkgever, waarvan de laatste eindigde op 2 juni 2017. De werkgever informeerde de werknemer schriftelijk op 27 april 2017 dat het contract niet verlengd zou worden, maar de werknemer stelde deze brief niet te hebben ontvangen. De werknemer vorderde de aanzegvergoeding op grond van artikel 7:668 lid 3 BW Pro omdat de schriftelijke aanzegging niet tijdig zou zijn gedaan.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering tot aanzegvergoeding bij verzoekschrift had moeten worden ingesteld, waardoor de procedure werd omgezet naar een verzoekschriftprocedure (spoorwissel). Hoewel niet vaststond dat de brief de werknemer had bereikt, bleek uit gesprekken en verklaringen dat de werknemer ruim een maand voor het einde van het contract wist dat het niet verlengd zou worden.
De kantonrechter concludeerde dat de wetgever met de aanzegverplichting beoogt werknemers tijdige duidelijkheid te geven over voortzetting van het contract, zodat zij maatregelen kunnen treffen. Omdat de werknemer tijdig op de hoogte was, was het onaanvaardbaar om de aanzegvergoeding toe te kennen enkel vanwege het ontbreken van een schriftelijke mededeling.
Daarnaast werden vergoedingen toegekend voor te laat betaald salaris en vakantiegeld, en werd een bedrag toegewezen voor teveel opgenomen vakantie-uren dat onterecht was verrekend. De incassokosten werden deels toegewezen en de proceskosten werden gecompenseerd. De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter C.H. de Haan op 16 januari 2018.
Uitkomst: De aanzegvergoeding wordt afgewezen omdat de werknemer tijdig wist dat het contract niet verlengd zou worden, maar vergoedingen voor te laat betaald salaris, vakantiegeld, teveel verrekende vakantie-uren en incassokosten worden toegekend.