Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- het e-mailbericht van de man met een tweetal producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de vrouw.
Rechtbank Overijssel
De vrouw vordert een civielrechtelijk straat- en contactverbod tegen de man, naast het reeds opgelegde strafrechtelijke contactverbod, vanwege herhaaldelijke overtredingen en stalking.
De man erkent overtredingen tot begin maart 2018, maar stelt dat sindsdien geen ongewenst contact meer heeft plaatsgevonden en dat de vrouw zelf ook contact zoekt. Een door de reclassering ingehuurde ambulant begeleider bevestigt dat de overtredingen vooral plaatsvonden in een periode van emotionele onrust en dat de situatie recentelijk is verbeterd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de man haar nog steeds stelselmatig lastigvalt en dat het opleggen van een aanvullend civiel contact- en straatverbod niet gerechtvaardigd is. De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen tot civielrechtelijk straat- en contactverbod worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van stelselmatige overtredingen naast het strafrechtelijk contactverbod.