Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
medeplegen van handelen in strijd met artikel 13 eerste Pro lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 eerste Pro lid, van de Wet wapens en munitie.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.
medeplegen van handelen in strijd met artikel 13 eerste Pro lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 eerste Pro lid, van de Wet wapens en munitie;
geldboete van € 600,00 (zeshonderddertig euro)
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
60 uren (zestig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
30 dagen;
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 1 (één) jaar de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
- Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 januari 2017, inhoudende de verklaring van [verdachte] ;
- Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 januari 2017, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1]