ECLI:NL:RBOVE:2018:1289
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs stalking ondanks beschuldigingen van dreigende berichten en intimidatie
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een 51-jarige man die werd verdacht van stalking door het sturen van dreigende en beledigende berichten via voicemail, WhatsApp en social media, en door zich te vertonen bij het bedrijf en de woning van het slachtoffer.
De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer, diens echtgenote, een getuige en proces-verbaal met screenshots. De verdediging betoogde dat het contact wederzijds was en dat verdachte handelde in het belang van zijn zoon, waarbij hij ontkende de beschuldigingen.
De rechtbank stelde vast dat de daadwerkelijke berichten niet in het dossier zaten, waardoor de inhoud en context niet konden worden geverifieerd. Gezien het ontbreken van bewijs dat verdachte stelselmatig en opzettelijk de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer heeft geschonden, sprak de rechtbank verdachte vrij.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €110.000, maar deze vordering werd afgewezen omdat de strafrechtelijke tenlastelegging niet bewezen was. De rechtbank wees de vordering af en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de strafzaak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van stalking.