Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[X] ,
[Y],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 november 2018
- het proces-verbaal van comparitie van 26 januari 2018 en de daarin vermelde stukken.
Rechtbank Overijssel
Op 13 augustus 2007 sloot [Y] samen met haar ex-partner een kredietovereenkomst met Crediet Maatschappij “De IJssel” B.V. In 2015 werd deze vordering overgedragen aan Hoist Kredit via een cessieovereenkomst. Hoist Kredit vorderde betaling van de openstaande schuld, waarop [Y] verzet instelde en de cessie betwistte.
De rechtbank oordeelde dat de kredietovereenkomst rechtsgeldig was gesloten met De IJssel en niet met InterBank, ondanks dat InterBank de administratie voerde. De cessie werd als rechtsgeldig beoordeeld omdat de akte van cessie voldoende duidelijkheid bood over de overdracht aan Hoist Kredit, mede ondersteund door een cessielijst met de vordering van [Y]. Ook was aan het mededelingsvereiste voldaan door een brief aan [X].
De rechtbank verwierp de stelling van [Y] dat zij de hoogte van de vordering niet kon controleren, omdat dit risico voor haar was. Het verstekvonnis werd bekrachtigd en [Y] werd veroordeeld in de kosten van het verzet. Hiermee is Hoist Kredit gerechtigd de vordering op [Y] te innen.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt bekrachtigd en [Y] wordt veroordeeld tot betaling en kosten.