ECLI:NL:RBOVE:2017:853
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- G.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot toewijzing huurrecht voormalige echtelijke woning
Partijen zijn voormalige echtelieden met een minderjarige dochter. Na de echtscheiding is het hoofdverblijf van de dochter aan de moeder toegewezen. De woning wordt gehuurd van woningcorporatie Viverion en was onderwerp van discussie tussen partijen over het huurrecht.
De eiser vordert bij voorlopige voorziening dat de gedaagde de woning verlaat zodat hij met de dochter kan wonen, onder verwijzing naar afspraken en een referteverklaring. De gedaagde betwist dit en voert aan dat er geen spoedeisend belang is en dat de dochter haar hoofdverblijf bij haar heeft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de eiser sinds oktober 2016 elders onderdak heeft en onvoldoende heeft aangetoond dat onmiddellijke toewijzing van het huurrecht noodzakelijk is. De situatie rond de dochter rechtvaardigt geen voorlopige voorziening. De vordering wordt afgewezen en partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot het verlenen van het huurrecht van de voormalige echtelijke woning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.