Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
CHRISTELIJKE WONINGSTICHTING DE GOEDE WONING,
gevestigd en kantoorhoudende te Rijssen,
wonende te [woonplaats],
Rechtbank Overijssel
In deze kortgedingprocedure vordert Christelijke Woningstichting De Goede Woning de ontruiming van de woning waarin gedaagde reeds zijn gehele leven woont. De kantonrechter heeft eiseres opgedragen nadere medische en woonrapportages te overleggen, welke niet zijn verstrekt.
Hoewel eiseres stelt dat er sprake is van overlast en bedreigingen door gedaagde, ontbreekt het aan objectieve gegevens zoals politie- of zorgrapportages die deze klachten ondersteunen. Er is slechts één aangifte van bedreiging bekend, en het aantal klachten over een lange periode is beperkt.
De kantonrechter oordeelt dat het belang van gedaagde om in zijn woning te blijven moet worden afgewogen tegen het belang van eiseres bij beëindiging van de huurovereenkomst. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs van structurele overlast, is de gevorderde ontruiming niet toewijsbaar.
De rechter benadrukt dat de situatie aan het adres te wensen overlaat en raadt partijen aan in gesprek te gaan over mogelijke alternatieve woonruimte, waarvan een voorbeeld is aangedragen door eiseres. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gevorderde ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende objectief bewijs van overlast.