Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
tussentijdse beëindiging schuldsanering
[A] ,
Het procesverloop
De beoordeling
Rechtbank Overijssel
Op 27 oktober 2015 werd de schuldsaneringsregeling van partijen van toepassing verklaard. Bij arrest van 1 september 2016 werd de regeling verlengd tot 27 april 2019 met de nadrukkelijke waarschuwing dat partijen hun informatieplicht strikt moesten naleven.
De bewindvoerder verzocht op 9 december 2016 om tussentijdse beëindiging van de regeling omdat partijen niet voldeden aan hun informatieplicht. Ondanks meerdere verzoeken en oproepen verschenen partijen niet ter zitting op 10 januari 2017 en leverden zij geen aanvullende informatie aan.
De rechtbank oordeelde dat partijen onvoldoende meewerkten en hun verplichtingen uit de regeling niet nakwamen. Gezien het uitblijven van reactie en het niet benutten van de laatste kans die het hof had gegeven, werd de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c, e en g van de Faillissementswet. Tevens werd vastgesteld dat partijen in staat van faillissement verkeren zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds wegens het niet nakomen van de informatieplicht door partijen.