Uitspraak
Rechtbank Overijssel
.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 35-jarige man die werd verdacht van het voorbereiden en bevorderen van de productie van GHB door handel in GBL. De tenlastelegging betrof handel in grote hoeveelheden GBL tussen juli 2012 en februari 2015, waarbij verdachte en zijn vennootschap werden beschuldigd van betrokkenheid bij de productie van GHB.
De officier van justitie stelde dat verdachte ernstige redenen had om te vermoeden dat de GBL bestemd was voor de productie van GHB, onder meer vanwege de zuiverheid van het product, de prijs, en het ontbreken van een reguliere markt voor GBL in de schoonmaakbranche. De verdediging voerde aan dat handel in GBL op zichzelf niet strafbaar is en dat verdachte maatregelen had genomen om misbruik te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat GBL niet op de verboden lijsten staat en dat het uitsluitend voorhanden hebben of handelen in GBL niet strafbaar is. Er was geen bewijs dat verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat de GBL bestemd was voor de productie van GHB. De verklaringen van afnemers en de bedrijfsvoering van verdachte wezen niet op onregelmatigheden of illegale handel. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat GBL bestemd was voor productie van GHB.