Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de producties 1 tot en met 3 van [gedaagde]
- een tweetal producties van [eiseres] en een ter zitting overgelegd screenshot
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiseres]
Rechtbank Overijssel
Eiseres en de heer X hadden een affectieve relatie die in januari 2017 eindigde. Eiseres had tussen 2009 en 2013 geld geleend aan de BV waarvan X de enige aandeelhouder en bestuurder is. Ultimo 2015 bedroeg de lening €33.434,-. Eiseres vorderde terugbetaling, die door de BV werd betwist wegens gebrek aan afspraken over opeisbaarheid en aflossing.
De rechtbank stelde vast dat de lening en rente onbetwist zijn, maar dat geen terugbetalingstermijn was overeengekomen. Op grond van artikel 6:38 BW Pro is de vordering direct opeisbaar, tenzij de rechter uitstel verleent. De rechtbank hield rekening met een tegenvordering van €3.882,05 van de BV wegens inrichtingskosten van de woning van eiseres.
De rechtbank oordeelde dat de BV niet aannemelijk had gemaakt niet ineens te kunnen betalen, maar dat betaling in termijnen gerechtvaardigd was. De BV werd veroordeeld tot betaling van €28.051,95 plus 3% rente vanaf 1 januari 2016, te voldoen in vijf termijnen van €5.000,- en een zesde van €3.051,95 vanaf 1 januari 2018. De buitengerechtelijke kosten werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De BV is veroordeeld tot betaling van €28.051,95 plus rente in termijnen vanaf 1 januari 2018.