Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
WONINGSTICHTING BETER WONEN VECHTDAL,
gevestigd en kantoorhoudende te Hardenberg,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Woningstichting Beter Wonen vorderde in kort geding de ontruiming van een woning gehuurd door gedaagde vanwege klachten over geluidsoverlast van omwonenden. Diverse klachten over bonken, timmeren en deuren slaan werden vanaf april 2016 gemeld, waarop Beter Wonen meerdere waarschuwingen gaf en een mediationtraject startte. Gedaagde betwistte de ernst en structurele aard van de overlast en gaf aan de gedragsovereenkomst onder druk te hebben getekend.
Na een mediationtraject zonder resultaat en een periode van ongeveer vijf maanden zonder nieuwe klachten, oordeelde de kantonrechter dat er onvoldoende spoedeisendheid bestond om de ontruimingsvordering toe te wijzen. Tevens werd gewezen op de verstoorde relatie tussen gedaagde en enkele buren, die geen grond vormde voor ontruiming, en op de vrijspraak van gedaagde in strafzaken gerelateerd aan overlastincidenten.
De kantonrechter wees de vordering af en veroordeelde Beter Wonen in de proceskosten. De beslissing benadrukt dat het ontbreken van recente klachten en de gemotiveerde betwisting van ernstige overlast onvoldoende zijn om een ontruiming te rechtvaardigen.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens ontbreken van voldoende spoedeisendheid en onvoldoende bewijs van ernstige overlast.