Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling in het incident
3.De beslissing
10 januari 2018voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Overijssel
De man vordert dat de vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en levering van hun gezamenlijke woning, betaling van de helft van de woonlasten en afgifte van zijn persoonlijke zaken. De vrouw reageert niet op het incident, waardoor de rechtbank haar veroordelt tot medewerking aan de verkoop en levering van de woning en tot afgifte van de persoonlijke zaken binnen zeven dagen na betekening.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw, als enige bewoner van de woning, vanaf 1 oktober 2017 de volledige woonlasten moet betalen. Een gebruikersvergoeding aan de man wordt afgewezen omdat hij geen gebruiksgenot heeft en er waarschijnlijk slechts een geringe overwaarde is bij verkoop.
De rechtbank beveelt partijen aan afspraken te maken over de betaling en fiscale verrekening van de hypotheekrente. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij zijn eigen kosten draagt. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad en bij niet-naleving van de afgifte van persoonlijke zaken wordt een dwangsom opgelegd tot een maximum van €15.000.
Uitkomst: Vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop woning, betaling woonlasten en afgifte persoonlijke zaken met dwangsom.