ECLI:NL:RBOVE:2017:4704

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 december 2017
Publicatiedatum
20 december 2017
Zaaknummer
6474920 \ CV EXPL 17-3807
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • G. van Eerden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:230a BWArt. 556 lid 1 RvArt. 557 RvArt. 444 RvArt. 6:119 BW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming en betaling huurachterstand bedrijfsruimte met beperkte ontruimingstermijn

Tussen partijen bestaat een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte met ingang op 1 december 2016. De huurder heeft de waarborgsom niet voldaan en heeft een huurachterstand van vijf maanden inclusief energiekosten en omzetbelasting.

Eiser vordert ontruiming binnen twee dagen, betaling van achterstallige huur, waarborgsom, contractuele boete, toekomstige huurtermijnen en buitengerechtelijke kosten. Gedaagde erkent de vorderingen maar verzoekt om een langere ontruimingstermijn.

De rechtbank wijst de vorderingen toe, stelt de ontruimingstermijn op 14 dagen en wijst de machtiging tot ontruiming met behulp van de sterke arm af omdat de deurwaarder die bevoegdheid rechtstreeks heeft. De vordering tot betaling van toekomstige huurtermijnen wordt afgewezen vanwege onzekerheid.

De contractuele boete wordt toegewezen als éénmaal €300 per maand achterstallige huur. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, waarborgsom, boete, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen, betaling van huurachterstand, waarborgsom, boete en kosten; toekomstige huurtermijnen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 6474920 \ CV EXPL 17-3807
Vonnis in kort geding van 20 december 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] HOLDING B.V.,
gevestigd te [woonplaats 1] ,
eisende partij, hierna te noemen [B] ,
gemachtigde: mr. G.W. Weenink,
tegen

1.de vennootschap onder firma [X] V.O.F.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.
[Y],
wonende te [woonplaats 2] ,
3.
[Z],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij, hierna te noemen [X] ,
verschenen in persoon.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
1.1.
De namens [B] betekende dagvaarding van 5 december 2017, waarbij
[B] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en [X] heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.
1.2.
De vordering is behandeld ter zitting van 13 december 2017.
[A] (vertegenwoordigd door de heer [B] ) is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. [X] (vertegenwoordigd door de heer [Z] ) is verschenen.
1.4.
[B] heeft zijn standpunt laten toelichten door zijn gemachtigde.
[X] heeft haar standpunt toegelicht bij monde van de heer [Z] .
De griffier heeft van hetgeen ter zitting is besproken aantekeningen gemaakt.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen partijen bestaat een huurovereenkomst bedrijfsruimte in de zin van
artikel 7:230a van het Burgerlijk Wetboek (BW) betreffende het pand aan [adres]
, met als ingangsdatum 1 december 2016. De huurprijs bedroeg laatstelijk € 1.815,- inclusief omzetbelasting per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW van toepassing.
2.2.
[X] heeft de overeengekomen waarborgsom van € 5.082,- onbetaald gelaten. Daarnaast is er sprake van een huurachterstand van vijf maanden, inclusief energiekosten en omzetbelasting bedragende € 9.455,98.

3.Het geschil

3.1.
[B] vordert - kort samengevat - ontruiming van het gehuurde binnen twee dagen na betekening van dit vonnis alsmede veroordeling tot betaling van de huurachterstand, de contractuele boete over de achterstallige huurtermijnen van € 300,- per maand, de waarborgsom, de toekomstige huurtermijnen en de buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van [X] in de proces- en nakosten.
3.2.
[X] heeft de vorderingen niet inhoudelijk bestreden en enkel een langere ontruimingstermijn bepleit dan de gevorderde twee dagen. [B] heeft ter zitting medegedeeld hiertegen geen bezwaar te hebben.

4.De beoordeling

4.1.
Nu de vorderingen niet zijn weersproken, zullen deze worden toegewezen, met inachtneming van het volgende.
4.2.
De ontruimingstermijn zal worden bepaald op 14 dagen na betekening van dit vonnis. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf, met behulp van de sterke arm, te doen bewerkstelligen, zal worden afgewezen. Artikel 556 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) schrijft namelijk al voor dat de gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. Hij heeft geen rechterlijke machtiging nodig om de hulp van de sterke arm in te roepen, omdat hij die bevoegdheid rechtstreeks ontleent aan
artikel 557 Rv Pro, waarin artikel 444 Rv Pro van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.
4.3.
De gevorderde uitvoerbaarverklaring op de minuut en op alle dagen en uren zal worden afgewezen, nu [B] , voor wie terstond na deze uitspraak een grosse beschikbaar zal zijn, daarbij geen belang heeft.
4.4.
De vordering tot betaling van de toekomstige huurtermijnen, vermeerderd met de contractuele boete, zal worden afgewezen, omdat op dit moment niet vaststaat of
[X] nalaat die huur aan [B] te voldoen.
4.5.
[B] heeft ter zitting toegelicht dat de gevorderde contractuele boete over de achterstallige huurtermijnen dient te worden begrepen als een vordering van éénmaal € 300,- voor iedere maand dat [X] de huurprijs niet (tijdig) betaalt en dus niet cumulatief dient te worden berekend. De vordering zal dan ook als zodanig worden toegewezen.
4.6.
[X] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.
4.7.
De gevorderde wettelijke handelsrente over de proceskosten kan niet worden toegewezen, nu de vertraging in de voldoening van de proceskosten niet onder het bereik van artikel 6:119a BW valt. De kantonrechter zal de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten toewijzen. Omdat er sprake moet zijn van een redelijke termijn voor betaling, is de ingangsdatum 14 dagen na de betekening van dit vonnis.
4.8.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5.De beslissing in kort geding

5.1.
Veroordeelt [X] om uiterlijk binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte aan [adres] met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van [B] te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden,
5.2.
Veroordeelt [X] hoofdelijk om aan [B] te betalen het bedrag van € 9.455,98 aan achterstallige huur, energiekosten en omzetbelasting tot en met december 2017, te vermeerderen met de contractuele boete van totaal € 1.500,-
(vijf maanden x € 300,-),
5.3.
Veroordeelt [X] hoofdelijk tot nakoming van de contractuele verplichting tot storting van een waarborgsom van € 5.082,-,
5.4.
Veroordeelt [X] hoofdelijk om aan [B] te betalen een bedrag van € 1.418,40 aan buitengerechtelijke kosten,
5.5.
Veroordeelt [X] hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van [B] begroot op € 1.027,35 aan verschotten en € 400,- aan salaris gemachtigde, met bepaling dat indien deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald, [X] daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening,
5.6.
Veroordeelt [X] hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,
5.7.
Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G. van Eerden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2017.