De rechtbank Overijssel heeft op 1 december 2017 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind, geboren in 2015 in het buitenland. De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht het gezag te beëindigen en de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (GI) tot voogd te benoemen.
Uit het onderzoek van de raad bleek dat de moeder instabiel is, slecht bereikbaar en onbetrouwbaar in het verstrekken van informatie over het kind. Zij verleent geen medewerking aan noodzakelijke onderzoeken, zoals het DNA-onderzoek voor het vaststellen van het vaderschap. De minderjarige woont sinds juni 2016 in een pleeggezin waar zij zich goed ontwikkelt. De moeder onttrekt zich aan hulpverlening en er is geen passende omgangsregeling tot stand gekomen.
De rechtbank onderschrijft de bevindingen van de raad en oordeelt dat aan de wettelijke gronden voor gezagsbeëindiging is voldaan. Het belang van de minderjarige vereist duidelijkheid en continuïteit in de zorg. Daarom wordt het gezag van de moeder beëindigd en wordt de GI benoemd tot voogd. De rechtbank benadrukt het belang van het opbouwen van een vertrouwensband tussen het kind en haar ouders en andere belangrijke personen, waarvoor het vaderschap zo spoedig mogelijk moet worden vastgesteld.