Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
, gevestigd te Sinderen,
1.De procedure
- de dagvaarding,
- het tegen gedaagde verleende verstek.
2.De beoordeling
artikel 22 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gedaagde bij tussenvonnis te bevelen - kort gezegd - alle relevante bescheiden voor de vaststelling dan wel (de controle van) de berekening van de legitimaire massa van de nalatenschap van vader in het geding te brengen overweegt de rechtbank dat zij, wat hier verder ook van zij, van deze bevoegdheid geen gebruik kan maken, nu gedaagde niet is verschenen en tegen hem verstek is verleend en de uit artikel 22 Rv Pro voortvloeiende verplichting een verplichting van procesrechtelijke aard is en niet (zonder meer) een vorderingsrecht van eiser betreft. Nu gedaagde geen advocaat heeft gesteld is het - in een procedure als de onderhavige - niet mogelijk om zonder advocaat proceshandelingen te verrichten. De rechtbank acht geen ruimte aanwezig om het verzochte aan te merken als een vordering uit hoofde van artikel 843a Rv.