Eiseres is eigenaar van een perceel dat door het provinciaal inpassingsplan (PIP) N340/N48 deels de bestemming 'verkeer' kreeg, waardoor haar eigendom in waarde daalde. Na een verzoek om tegemoetkoming in planschade wees verweerder een bedrag toe, maar eiseres stelde beroep in tegen de hoogte van deze vergoeding.
De rechtbank benoemde de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) als deskundige, die concludeerde dat de directe schade €416.000 bedroeg en adviseerde een tegemoetkoming van €407.000 toe te kennen, rekening houdend met een normaal maatschappelijk risico. De rechtbank oordeelde dat de overgangsbepalingen van het PIP buiten beschouwing moesten blijven bij de waardebepaling, omdat deze slechts een tijdelijke regeling betreffen.
De rechtbank verwierp de bezwaren van verweerder tegen het advies van de StAB en stelde dat het advies zorgvuldig en volledig was. Nieuwe beroepsgronden van eiseres werden niet-ontvankelijk verklaard wegens strijd met de goede procesorde. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €3.437,50.