ECLI:NL:RBOVE:2017:3749
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming informatieplicht en gebrek aan saneringsgezindheid
De bewindvoerder heeft verzocht om tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van [A], omdat deze geen saneringsgezinde houding vertoonde en de uitvoering van de regeling belemmerde. Tijdens de regeling had [A] een ernstige terugval in zijn alcoholverslaving, meldde hij zijn tijdelijke vertrek naar het buitenland niet en werden in zijn woning een niet-functionerende hennepkwekerij en vals geld aangetroffen.
Ter zitting verklaarde [A] weinig herinneringen te hebben aan de periode van terugval en gaf hij aan momenteel in een opvanghuis te verblijven. Zijn begeleider bevestigde dat hij nu meewerkt en het leven als alcoholverslaafde niet meer wil. De bewindvoerder bleef echter bij haar standpunt dat beëindiging noodzakelijk is vanwege eerdere waarschuwingen en voortdurende schendingen.
De rechtbank oordeelde dat de informatieplicht een kernverplichting is binnen de schuldsaneringsregeling en dat [A] deze niet is nagekomen. De combinatie van het niet melden van belangrijke feiten, de terugval in verslaving en de aanwezigheid van de hennepkwekerij en vals geld getuigt van onbehoorlijk gedrag dat niet kan worden getolereerd. Daarom wordt de regeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro tussentijds beëindigd. De vergoeding van de bewindvoerder wordt vastgesteld en het eventuele resterende boedelactief zal informeel worden verdeeld onder schuldeisers.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds wegens niet-nakoming van de informatieplicht en gebrek aan saneringsgezindheid.