ECLI:NL:RBOVE:2017:3335
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bosch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens niet-nakoming en gebrek aan goed vertrouwen
Op 12 april 2017 heeft verzoekster een verzoek tot schuldsanering ingediend. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 19 juni 2017, waarvoor verzoekster was opgeroepen, maar zij is niet verschenen. Wel was een vertegenwoordiger van de beschermingsbewindvoerder aanwezig die verklaarde dat verzoekster op de hoogte was van de zitting, maar niet bereikbaar was via de bekende telefoonnummers.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat verzoekster de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen en zich naar vermogen zal inspannen ten behoeve van haar schuldeisers. Tevens is niet aannemelijk dat verzoekster te goeder trouw is geweest met betrekking tot het ontstaan of het onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaren voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank concludeert dat het verzoek moet worden afgewezen op grond van artikel 288 lid Pro 1, aanhef en onder b en c Faillissementswet. Ondanks dat het beschermingsbewind naar behoren verloopt en er een bedrag is gespaard, weegt dit niet op tegen het feit dat verzoekster niet is verschenen en geen toelichting heeft gegeven.
De uitspraak is gedaan door rechter Bosch en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 19 juni 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen wegens niet-nakoming en gebrek aan goed vertrouwen.