Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
29 augustus 2014 geldbedragen toebehorende aan [slachtoffer 1] heeft verduisterd en/of gestolen;
[slachtoffer 4] en/of
3.De voorvragen
3 mei 2012 tot en met 29 augustus 2014, een groot aantal bedragen van hem zou hebben verduisterd dan wel gestolen. In deze periode was verdachte de financieel adviseur van aangever en heeft aangever gelden gestort op de privérekening van verdachte. De bedragen waren volgens aangever met name bestemd voor beleggingen in polissen, hypotheek(aanvraag)kosten en het aflossen van een schuld bij de belastingdienst. Aangever stelt dat deze bedragen niet zijn gebruikt voor de doeleinden waarvoor ze waren bestemd en dat hij verdachte nooit heeft hoeven te betalen voor de verleende ‘vriendendiensten’.
verduistering, meermalen gepleegd,
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd,
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels,
verduistering.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
€ 70.000,00 - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tussen de 2 en 5 maanden. Bij haar beslissing heeft de rechtbank daarnaast acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 1 juni 2017 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en een de verdachte betreffend reclasseringsrapport van 14 april 2017 waaruit blijkt dat de reclassering zich onthoudt van strafadvies gelet op de ontkennende houding van verdachte en het gebrek aan informatie met betrekking tot het aandeel van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. Wel komt naar voren dat bij de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de zorg voor drie kinderen volledig zal moeten worden gedragen door de echtgenote van verdachte.
2 maanden, passend en geboden is. Anders dan geëist zal de rechtbank de proeftijd stellen op 3 jaren.
8.De schade van benadeelden
€ 39.712,93, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
verduistering, meermalen gepleegd;
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
verduistering;
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardendat verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
ontzetverdachte van de
uitoefeningvan het
beroep van
2 (twee) jaren;
€ 39.712,93 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2012);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feit en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 39.712,93,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2012 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 233 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;
met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 2]
met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6]
€ 11.300,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 april 2011) en bepaalt dat dit bedrag in twee gedeelten van € 5.650,00, te betalen binnen twee één maandelijkse termijnen, mag worden voldaan;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 11.300,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 april 2011 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 91 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;
M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A. de Haan-Geertsema, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2017.
(…)
(…) Er is onderzoek gedaan naar het door aangever [slachtoffer 1] genoemde kavel in de [wijk] in Zwolle. (…) Ik, verbalisant [verbalisant] , heb contact gehad met de heer [naam 2] van deze woningstichting. Hij gaf aan dat het [kavel 1] te Zwolle betrof. (…) Verder deelde de heer [naam 2] mee dat woningstichting alle woningen van de [wijk] onder beheer had dan wel verkocht had. Uit het contact met de heer [naam 2] is gebleken dat [slachtoffer 1] en [naam 1] geen optie op beide kavels hebben gehad. (opmerking rechtbank: ook de naam van verdachte staat niet genoemd in het rijtje van personen die wel een optie op [kavel 1] dan wel [kavel 2] hebben gehad) (…);
(…) Ik heb de door verdachte overgelegde facturen die u mij nu toont nooit eerder gezien. (…) Voor de diensten die verdachte verrichte hoefde ik niet te betalen, dit waren vriendendiensten. (…) U vraagt mij of ik wel eens goederen heb gekocht van verdachte, onder andere een trein, sieraden en een laptop. Ik heb nooit goederen gekocht van verdachte. (…).
(…) het klopt dat ik werkzaamheden voor [slachtoffer 1] heb verricht. V: waaruit bestonden die werkzaamheden? A: belastingaangifte en bezwaarschriften. Verder deed ik alles op verzekeringsgebied en kredieten voor Arjen. (…);
(…) O: uit opgevraagde bankgegevens weten wij dat bankrekening [rekeningnummer 5] bij de ING op uw naam staat. Ook zien wij op de opgevraagde bankafschriften van deze rekening dat [slachtoffer 1] en [naam 1] regelmatig geldbedragen naar de [rekeningnummer 5] overmaken. V: Hoe zit dat? A: dat is mijn rekening. Dat is mijn privé rekening bij de ING. Er is niemand anders voor gemachtigd en het is ook geen en/of rekening. (…);
(…) O: zoals reeds eerder opgemerkt is uit onderzoek gebleken dat [slachtoffer 1] geld moest overmaken op een rekening van jou. V: is dit juist? A: (…) Uiteindelijk natuurlijk op vrijwillige basis. (…);
(…) Ik bezat al een Visa Card via de ING. (…) Deze heb ik ook aan [verdachte] moeten geven met de daarbij behorende pincode. [verdachte] gaf ook hier aan dat het nodig was voor de hypotheekaanvraag. (…) Ik heb hem de pas en de pincode medio mei persoonlijk gegeven. Hierbij hebben we afgesproken dat [verdachte] deze pas op zou sturen naar de ING met de bedoeling de pas en het BKR te blokkeren. Dit zou rond 14 mei 2014 gedaan worden (…) Ik zag op 2 juni 2014 dat er veel geld, € 5.045,00 van mijn rekening [rekeningnummer 6] geschreven was. Ik heb de ING gebeld en daar hoorde ik dat er vreemde afschrijvingen zijn geweest, via pintransacties. (…) Er is in totaal 10 x gepind binnen een week in Deventer, Apeldoorn en Zwolle. Ik overhandig u hierbij een overzicht van de pintransacties. (…) Ik zag dat alle transacties zijn gedaan in de buurt van [verdachte] huis dan wel zijn werk. (…);
(…)
(…) Aangever en ik konden het goed vinden, daarom heb ik ook niet alles in rekening gebracht. (…) Ik heb aangever wel eens gevraagd om zijn bankafschriften aan mij te geven. Deze zouden dan als bewijs kunnen dienen indien nodig. (…) Ik heb de ING creditcard in mijn bezit gehad. (…) Ik heb ook wel eens om de pincode van aangever gevraagd zodat ik een ‘totaalpakketje’ zou hebben.(…);
Op 16 januari 2015 werd ik gebeld door een medewerker van Lasercards. (…) Op die dag was bij verschillende banken een bedrag afgenomen met een creditcard die op mijn naam stond. (…) Omdat ik nooit een creditcard had aangevraagd en ook niet gepind had, werd direct de creditcard geblokkeerd. Het gaat om een creditcard met nummer [rekeningnummer 2] . Dat is een VISA card. (…) Ik heb gehoord dat er beelden zijn va de persoon die gepind heeft. (…);
(…) Ik herken mijzelf op de foto die u mij toont (pagina 178 van het dossier). Op de foto is te zien dat ik een muts draag. (…);
Ik toon u een foto met fotonummer 16/1-4 en 16/1-3.Vraag verbalisant: is dit de bedoelde persoon die u in de aangifte noemt (…)?Antwoord aangever/benadeelde:Ja dit is inderdaad de persoon die ik bedoel (…) [verdachte] (…);