ECLI:NL:RBOVE:2017:2664
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens verzwijging hennepkwekerij en schuld
De bewindvoerder verzocht de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [X] nadat bleek dat hij in de periode voorafgaand aan de toelating tot de regeling informatie had verzwegen. Zo had [X] meerdere auto's op zijn naam gehad die feitelijk van zijn broer waren, en was er een schuld aan Cogas wegens energiediefstal.
Tijdens de zitting verklaarde [X] dat hij een psychische ziekte heeft en dat hij zijn bankpas tijdelijk aan vrienden en later aan zijn broer had gegeven. Hij was niet op de hoogte van de hennepkwekerij die in juni 2016 in zijn voormalige woning werd aangetroffen en had dit niet gemeld bij de toelatingszitting. De bewindvoerder stelde dat [X] informatie had achtergehouden en niet de waarheid had verteld.
De rechtbank oordeelde dat de feiten en omstandigheden die tot beëindiging leiden al bestonden bij het verzoek tot toelating en dat het verzwijgen van de hennepkwekerij en de schuld aan Cogas reden zouden zijn geweest om het verzoek af te wijzen. Het verweer dat [X] niet op de hoogte was van de hennepkwekerij werd verworpen omdat hij zijn woning bewust ter beschikking had gesteld terwijl hij er niet was.
De rechtbank beëindigde de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro f Faillissementswet en stelde de vergoeding van de bewindvoerder vast. Er waren geen baten om de schuldeisers te voldoen, zodat artikel 350 lid 5 Faillissementswet Pro niet van toepassing was.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de wettelijke schuldsaneringsregeling van [X] wegens verzwijging van een hennepkwekerij en een schuld aan Cogas.