ECLI:NL:RBOVE:2017:2663
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvermogen
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). Uit het dossier en de zitting bleek dat [verzoeker] diverse strafrechtelijke aangiftes heeft gedaan, onder meer over identiteitsfraude. Tijdens de behandeling gaf hij aan psychische problemen te hebben en hulp te zoeken, maar ook onduidelijkheden over het ontstaan van schulden, zoals het huren en verdwijnen van een auto waarvoor hij geld ontving.
De rechtbank oordeelde dat [verzoeker] onvoldoende heeft aangetoond te goeder trouw te zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Met name de kwestie rondom de gehuurde auto en de vermeende identiteitsfraude leverden twijfels op. Ook is onvoldoende aannemelijk dat [verzoeker] de verplichtingen van de wsnp zal kunnen nakomen, mede vanwege zijn zorgelijke psychische gesteldheid en het ontbreken van adequate hulpverlening.
De rechtbank concludeerde dat toelating tot de wsnp op dit moment niet waarschijnlijk succesvol zal zijn en dat voortzetting van de regeling bij niet-naleving ernstige gevolgen kan hebben. Daarom werd het verzoek afgewezen op grond van artikel 288 lid Pro 1, aanhef en onder b en c Faillissementswet. [Verzoeker] kan bij verbetering van zijn situatie opnieuw een verzoek indienen.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvermogen.