Eisers, ouders van een 15-jarige zoon met autisme, ontvingen een persoonsgebonden budget (PGB) voor individuele begeleiding en persoonlijke verzorging van 5 uren per week. Zij voerden in beroep aan dat deze omvang onvoldoende was en dat er sprake was van bovengebruikelijke hulp van meer dan 5 uren per week. Verweerder handhaafde het besluit en verwees naar een rapport van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) waarin 5 uren werd aanbevolen.
De rechtbank stelt vast dat de hulp van eisers bovengebruikelijk is, maar dat de omvang van 5 uren onvoldoende gemotiveerd is. Het rapport van het CJG vermeldt weliswaar 5 uren, maar geeft geen duidelijke reden waarom niet kan worden volstaan met 9 uren, zoals in een eerdere periode was toegekend. De rechtbank oordeelt dat de wijziging van 9 naar 5 uren niet goed is onderbouwd en dat de situatie van de zoon niet is verbeterd.
Op grond van artikel 8:41a van de Awb voorziet de rechtbank zelf in de zaak en herroept het primaire besluit. Zij bepaalt dat eisers voor de betreffende periode een PGB van 9 uren per week wordt toegekend. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eisers vergoed.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.