Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Vonnis in kort geding van 16 mei 2017
[eiseres] ,
De procedure
- de dagvaarding van 15 mei 2017 te 15.37 uur
- de producties 1 tot en met 13 van de zijde van ABN AMRO
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van ABN AMRO.
Rechtbank Overijssel
Eiseres is erfgenaam van een nalatenschap met een woning waarop een hypotheek rust bij ABN AMRO. Na het overlijden van de oorspronkelijke schuldenaar ontstond een betalingsachterstand van €8.825,48. ABN AMRO kreeg toestemming om de woning in beheer te nemen en ontruiming te gelasten. Eiseres vorderde verbod op ontruiming en executoriale verkoop, stellende dat zij met haar kinderen op straat zou komen te staan en dat uitstel tot onderhands verkoop meer oplevert.
ABN AMRO stelde dat zij meerdere pogingen had gedaan tot betalingsregelingen en onderhandse verkoop, maar dat eiseres niet meewerkte en geen betalingen verrichtte. Het executietraject was vergevorderd en uitstel zou extra kosten veroorzaken. De verklaring van een derde over een lening en werkgelegenheid kwam te laat.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er spoedeisend belang was en dat ondanks de betalingsachterstand en het recht van ABN AMRO tot ontruiming, eiseres een termijn van 14 dagen krijgt om de woning te verlaten. Dit voorkomt dat eiseres en haar minderjarige kinderen direct op straat komen te staan. Een dwangsom werd niet opgelegd en proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: ABN AMRO mag woning ontruimen maar eiseres krijgt 14 dagen respijt om te vertrekken.