ECLI:NL:RBOVE:2017:1992

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
15 mei 2017
Publicatiedatum
15 mei 2017
Zaaknummer
08/994572-16 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a Wet economische delictenArt. 2 Wet economische delictenArt. 6 Wet economische delictenArt. 1.2.2 lid 1 VuurwerkbesluitArt. 9.2.2.1 Wet milieubeheer
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opslag grote hoeveelheid illegaal professioneel vuurwerk in Enschede

De rechtbank Overijssel heeft op 15 mei 2017 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 48-jarige man uit Enschede die werd verdacht van het opslaan van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, op twee locaties in Enschede. De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk voorhanden hebben van 1739 stuks bangers, shells, signaalraketten en flowerbeds.

Tijdens de terechtzitting op 1 mei 2017 bekende de verdachte het tenlastegelegde feit. De rechtbank baseerde haar oordeel op meerdere proces-verbalen, waaronder het onderzoek van het inbeslaggenomen vuurwerk en de bekennende verklaring van de verdachte. De rechtbank verklaarde het bewezen dat verdachte het vuurwerk op 12 december 2016 op twee locaties in Enschede had opgeslagen.

De rechtbank oordeelde dat het bewezenverklaarde strafbaar was op grond van de Wet economische delicten, het Vuurwerkbesluit en de Wet milieubeheer. Gezien de aard en ernst van het feit, de gevaarzetting door het illegale vuurwerk en de recidive van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Tevens werd de inbeslaggenomen aanhangwagen verbeurd verklaard omdat deze werd gebruikt voor de opslag van het vuurwerk.

De rechtbank benadrukte het gevaar van het illegaal opslaan van explosief vuurwerk, zeker gezien de locatie nabij een las- en constructiebedrijf en het ontbreken van noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen. Verdachte werd als een gewaarschuwd man beschouwd vanwege eerdere veroordelingen en taakstraffen voor soortgelijke feiten. De straf moet ook een signaal zijn naar de samenleving en andere betrokkenen over de ernst van het illegaal bezit van dergelijk gevaarlijk vuurwerk.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en verbeurdverklaring van de aanhangwagen.

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08/994572-16 (P)
Datum vonnis: 15 mei 2017
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] ,
wonende in [woonplaats] ,
nu verblijvende in het Huis van Bewaring te Zutphen.

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
1 mei 2017.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.H.E. Groeneboer en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. L.J. Speijdel, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 1 mei 2017, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
al dan niet opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 12 december 2016, te Enschede, op perceel [adres 1] en/of [adres 2] , althans in Nederland, al dan niet opzettelijk een (grote) hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten -in totaal-:
-1739, althans een aantal bangers, met name:
114 Di Blasio Elio Engels, Super Cobra 6, art.nr. 0163-F4-1018 (Blz.: 195),
9 Funke Fire Works, Jumbo Colour Whistling Thunder, art.nr FP5G (Blz.: 199),
16 Funke Fire Works, Tuono Blue, art.nr. TB5 (Blz.: 201),
1600 NWF, art.nr. NO.TXPOOL (Blz.:216),
althans (telkens) een aantal,
- 36, althans een aantal Shells (mortierbommen), met name:
7 Ti Salute, art.nr. nummer S4-01 (Blz. 197),
28 Shell 4" ass B, art.nr. R4MIXB (Blz.: 210),
1 WROCLAW, 3" Shell, art.nr. DS 03 (C) (Blz.: 214),
althans (telkens) een aantal,
- 10, althans een aantal Signaalraketten merk Zink, artikel Signal Rakete 901, prod.jr. 2015 (Blz. 203), en/of
- 5, althans een aantal Flowerbeds, met name:
Triplex, 43F264/004/16, art.nr. TXB 577 (Blz.: 204),
Triplex, 43F407/030/16, art.nr. TXB 921 (Blz.: 206),
Kometa, art.nr. P7995 (Blz.: 208),
Triplex, art.nr. TXB 920 (Blz.: 212),
Triplex, art.nr. 321 (Blz.: 218),
binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.

3.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.De bewijsoverwegingen

4.1
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden.
De raadsman heeft daarbij opgemerkt dat uit de bewezenverklaring het onderdeel ‘binnen het grondgebied van Nederland brengen’ dient te worden geschrapt.
4.2
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt evenals de officier van justitie en de raadsman tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. [1]
  • het proces-verbaal van de terechtzitting van 1 mei 2017, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;
  • de processen-verbaal van bevindingen van 14 december 2016 (pagina 22) en van 13 december 2016 (pagina’s 24-25);
  • het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, met bijlagen (pagina’s 192-236).
4.3
De bewezenverklaring
De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan met dien verstande dat:
hij op 12 december 2016, te Enschede, op perceel [adres 1] en [adres 2] , opzettelijk een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten -in totaal-:
-1739 bangers, met name:
114 Di Blasio Elio Engels, Super Cobra 6, art.nr. 0163-F4-1018,
9 Funke Fire Works, Jumbo Colour Whistling Thunder, art.nr FP5G,
16 Funke Fire Works, Tuono Blue, art.nr. TB5,
1600 NWF, art.nr. NO.TXPOOL,
- 36 Shells (mortierbommen), met name:
7 Ti Salute, art.nr. nummer S4-01,
28 Shell 4" ass B, art.nr. R4MIXB,
1 WROCLAW, 3" Shell, art.nr. DS 03 (C),
- 10 Signaalraketten merk Zink, artikel Signal Rakete 901, prod.jr. 2015 en
- 5 Flowerbeds, met name:
Triplex, 43F264/004/16, art.nr. TXB 577,
Triplex, 43F407/030/16, art.nr. TXB 921,
Kometa, art.nr. P7995,
Triplex, art.nr. TXB 920,
Triplex, art.nr. 321,
heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad;
De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet economische delicten, de artikelen 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit en artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit,opzettelijk begaan.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7.De op te leggen straf of maatregel

7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee (2) jaren.
Wat betreft de inbeslaggenomen aanhangwagen heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om aan verdachte een zodanige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen dat hij bij de uitspraak vrij zal komen, met daarnaast een fors voorwaardelijk deel. Ook de proeftijd zou lang mogen zijn, terwijl naast de gecombineerde vrijheidsstraf ook een forse onvoorwaardelijke taakstraf opgelegd zou kunnen worden. Tot slot heeft de raadsman verzocht de inbeslaggenomen aanhangwagen, die feitelijk aan verdachte toebehoort, aan hem terug te geven, aangezien die aanhangwagen van groot belang is voor verdachtes onderneming.
7.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid explosief en illegaal vuurwerk, waarvan een deel lag opgeslagen in/bij zijn woning, terwijl een ander deel lag opgeslagen in een bedrijfshal op een bedrijventerrein waarin nota bene ook een las- en constructiebedrijf was gevestigd.
Er waren geen voorzieningen getroffen die noodzakelijk zijn voor de opslag van dergelijke gevaarlijke goederen. De risico’s die dat met zich meebrengt zijn algemeen bekend. De rechtbank rekent dit verdachte aan. Verdachte heeft zich van dit gevaarzettend karakter geen enkele rekenschap gegeven. Dit soort vuurwerk is immers niet alleen brandgevaarlijk maar brengt bij ontbranding en ontploffing grote risico’s met zich mee met name wanneer dat gebeurt door niet professionals. Verdachte moet ook worden aangemerkt als een gewaarschuwd man, immers is hem kort vóór ontdekking van het onderhavige feit een taakstraf opgelegd voor het in bezit hebben van illegaal vuurwerk en is hij - in een verder verleden (2003) - voor een soortgelijk feit door de economische politierechter veroordeeld.
Gelet op die hardleersheid, in combinatie met de mededeling van verdachte ter zitting dat hij geen verstand heeft van vuurwerk en zelfs geen kennis heeft genomen van de deskundigenverklaringen omtrent de enorme gevaarzetting bij dit illegale vuurwerk, hetgeen nog eens bevestigt dat verdachte geen enkele moeite doet zich te laten informeren omtrent de risico’s die opslag van deze categorieën vuurwerk met zich mee brengt, acht de rechtbank ook een langere proeftijd dan gevorderd noodzakelijk.
Bovendien geldt dat met name na de Enschedese vuurwerkramp voor het opslaan van vuurwerk om evidente redenen strenge regels zijn gesteld. De naleving daarvan vergt onder meer grote investeringen en een vergunning van diegenen die correct vuurwerk willen opslaan. Die regels geven ook waarborgen voor andere belanghebbenden en mogelijkheden om bezwaar te maken tegen de gewenste opslag van dergelijke explosieve goederen. Ook naar al die derden toe zou het een slecht signaal zijn als door de rechtbank lichtvaardig op het illegaal en op de aangetroffen wijze voorhanden hebben van dergelijk gevaarlijk vuurwerk zou worden gereageerd.
Omtrent verdachte is op 28 april 2017 gerapporteerd door L. Huls van de reclassering Nederland. Bij de vaststelling van de op te leggen straf heeft de rechtbank ook acht geslagen op de inhoud van dit rapport.
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een forse vrijheidsstraf, als na te melden, dient te worden opgelegd.
7.4
De inbeslaggenomen voorwerpen
De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen aanhangwagen moet worden verbeurdverklaard, omdat het een voorwerp betreft dat aan verdachte toebehoort en dat hij geheel ten eigen bate kan aanwenden en het voorwerp werd gebruikt voor de opslag van (een deel van) het illegale vuurwerk.
De rechtbank heeft bij de verbeurdverklaring rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

8.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 27, 33, 33a en 91 Sr.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit,opzettelijk begaan.
s
trafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
  • veroordeelt verdachte tot een
  • bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van
  • kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
  • stelt als
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen aanhangwagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mr. A.M. Rikken en mr. F.C. Berg, rechters, in tegenwoordigheid van H.K.S. Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2017.
Buiten staat
Mr. Rikken en mr. Berg zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2016584107 van 20 januari 2017. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.