Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
Ik ben hier volgende maand toch weg en dan steek ik deze kamer in de fik”.
Rechtbank Overijssel
Op 14 februari 2015 ontstond brand in een kamerwoning te Deventer, waarbij zeven personen aanwezig waren en aanzienlijke schade ontstond. Verdachte werd ervan verdacht opzettelijk brand te hebben gesticht in de kelder van het pand, met gevaar voor bewoners en omwonenden.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van drie jaar, gebaseerd op verklaringen van getuigen die verdachte uitlatingen over brandstichting toedichten en een vermeend motief omtrent een geschil over borg. De verdediging betoogde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was.
De rechtbank oordeelde dat het dossier geen objectieve aanwijzingen bevat die de betrokkenheid van verdachte bij de brandstichting aantonen. Forensisch onderzoek kon de precieze oorzaak niet vaststellen en gaf geen bewijs dat verdachte de brand heeft veroorzaakt. De verklaringen over uitlatingen waren onvoldoende om schuld vast te stellen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van brandstichting. Tevens werden de vorderingen van benadeelden afgewezen wegens de vrijspraak, met de mogelijkheid deze bij de burgerlijke rechter aan te brengen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van brandstichting.