Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. M. Zwartjes en van hetgeen door verdachte en haar raadsman mr. J. de Ruiter, advocaat te Kampen, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
zij in de periode van 22 november 2014 tot en met 23 november 2014, althans op één of meer tijdstippen in de periode van 01 november 2014 tot 22 november 2014 te IJsselmuiden, gemeente Kampen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, één of meermalen, op een moment dat die [slachtoffer] in slaap was, een grote hoeveelheid, althans een hoeveelheid insuline in diens lichaam heeft gespoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2014 tot en met 11 juni 2015 in de gemeente Kampen meermalen, althans éénmaal opzettelijk verschillende soorten medicijnen, waaronder insuline, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan het [woonzorgcentrum] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welke medicijnen verdachte telkens uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking van/als verzorgende bij dat woonzorgcentrum, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
22 november 2014 op zondag 23 november 2014 door zijn echtgenote, zijnde verdachte, in zijn slaap is ingespoten met insuline, terwijl hij geen diabetespatiënt is. Als gevolg daarvan heeft aangever zich die zondag beroerd en moe gevoeld. Op maandagochtend had aangever een “hypo” (hypoglycaemie, zijnde een te laag bloedsuikergehalte). Verdachte heeft een ambulance gebeld, waarna aangever naar het ziekenhuis is overgebracht. Uit de letselrapportage volgt dat het ambulancepersoneel heeft geconstateerd dat er een verminderd bewustzijn was door een te lage bloedsuikerspiegel. Aangever had zijn ogen wel open. Het glucosegehalte van aangever was bij aankomst van de ambulance 1.6 mmol/l, waarna 6 ml glucose 10% door het ambulancepersoneel is toegediend. In het ziekenhuis is diverse keren extra glucose toegediend. De glucosewaarden van aangever bleven de eerste 24 uren echter schommelen tussen de 2.1 en 8.4 mmol/l. In het ziekenhuis is aangever uitvoerig onderzocht om een mogelijke oorzaak van de hypo te vinden. Omdat andere lichamelijke oorzaken zijn uitgesloten en er reststoffen van niet-lichaamseigen insuline in het lichaam zijn aangetroffen, is geconcludeerd dat de hypo is veroorzaakt door van buitenaf toegediende insuline.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
24 maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest, passend en geboden is. De rechtbank volgt daarbij het advies van de psycholoog tot ambulante behandeling. De rechtbank overweegt dat verdachte in de afgelopen periode vrijwillig in behandeling is geweest bij Dimence en dat zij deze behandeling tot op heden heeft voortgezet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding een klinische behandeling op te leggen, zoals door de reclassering is geadviseerd.
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;
feit 1
poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade, begaan tegen zijn echtgenoot, terwijl het misdrijf wordt gepleegd door toediening van voor het leven of de gezondheid schadelijke stoffen;feit 2het misdrijf:
verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft;
trafbaarheid verdachte
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van
- kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
- stelt als
- stelt als
- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;
- zich ambulant laat behandelen bij een forensische polikliniek, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van de polikliniek zullen worden gegeven;
- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor een deel van € 15.000,- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 1.210,- , alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.