Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 maart 2017;
- de bij brief van 31 maart 2017 overgelegde producties alsmede de eis in reconventie van de man;
- de pleitnota van de man.
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn in 2010 gehuwd in algemene gemeenschap van goederen en zijn in 2014 gescheiden. De voormalige echtelijke woning werd onderhands verkocht met een restschuld die partijen ieder voor de helft hebben voldaan. De vrouw vordert dat de man de resterende restschuld en het opgebouwde vermogen van de levensverzekering aan haar vergoedt.
De man betwist de vorderingen en vordert in reconventie dat de restschuld en premies van de overlijdensrisicoverzekering gelijk worden verdeeld. De voorzieningenrechter beoordeelt dat partijen in het echtscheidingsconvenant hebben afgesproken dat de restschuld bij helfte wordt verdeeld en dat de man niet onrechtmatig heeft gehandeld bij de verkoop.
Ten aanzien van de levensverzekering is vastgesteld dat de vrouw de premies alleen heeft betaald, maar dat de waarde van de verzekering bij helfte verdeeld dient te worden. De man wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de premies minus reeds ontvangen nabetaling. Na betaling zijn partijen gekweten. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €1.031,50 aan de vrouw met wettelijke rente, en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.