Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Procesverloop
Overwegingen
voorwaardelijkmet een proeftijd van 3 jaren. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor vrees dat verzoeker zal volharden in het gedrag dat aanleiding gaf tot de omschreven veroordeling. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken dat na de mishandeling op 25 maart 2016 nogmaals sprake is geweest van een dergelijk incident. Daar komt bij, dat deze mishandeling reeds enige tijd geleden heeft plaatsgevonden en verweerder daarin kennelijk geen aanleiding heeft gezien de DHW-vergunning eerder in te trekken.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit, tot zes weken nadat op het bezwaar is beslist en deze beslissing is bekendgemaakt.