Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
CSU PERSONEEL B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Uden,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
€ 1.334,00 bruto,
Rechtbank Overijssel
De werknemer trad in 2012 in dienst bij CSU als medewerker schoonmaakonderhoud. Vanaf eind 2015 tot oktober 2016 was zij arbeidsongeschikt. Na een ziekmelding in november 2016 meldde zij zich hersteld, maar verscheen vervolgens niet meer op het werk en was onbereikbaar. CSU stuurde meerdere waarschuwingen en uitnodigingen voor gesprekken, waarop de werknemer slechts eenmaal reageerde met een e-mail waarin zij pijnklachten en medicijngebruik meldde.
CSU stopte de loonbetaling en vroeg bij het UWV een deskundigenoordeel aan, maar het UWV kon geen oordeel geven vanwege gebrek aan contact met de werknemer. CSU verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen, subsidiair wegens verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod bij ziekte niet van toepassing was omdat de werknemer haar re-integratieverplichtingen niet nakwam en de loonbetaling was gestaakt. Verwijtbaar handelen werd niet bewezen, maar de verstoorde arbeidsverhouding was voldoende reden voor ontbinding. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 5 mei 2017 en CSU werd veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 1.334,00. De proceskosten werden aan de werknemer opgelegd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhouding en niet-naleving re-integratieverplichtingen, met toekenning van een transitievergoeding.