Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[X] ,
1.De verdere procedure
2.De feiten
Verstrekte zekerheden
3.De verdere beoordeling
- griffierecht € 3.894,00
- salaris advocaat
4.De beslissing in kort geding
- [A] : € 800,00
- [X c.s.] : € 800,00;
Rechtbank Overijssel
In deze zaak staat de beëindiging van de vennootschap onder firma De Nieuwe Zweep V.O.F. centraal, waarbij [A] uit de VOF is getreden en [X] de activiteiten voortzet in De Nieuwe Zweep B.V. Partijen sloten een beëindigingsovereenkomst waarin afspraken zijn gemaakt over de verdeling van schulden en het beheer van bankrekeningen. [A] vordert betaling van €110.000,- en maatregelen om de inning van kasgelden via een deurwaarder veilig te stellen, gebaseerd op vermeende wanprestatie van [X] en De Nieuwe Zweep.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het bestaan van de vordering onvoldoende is komen vast te staan, mede omdat [X c.s.] in onderhandeling zijn met ING en de Gemeente over de schulden. De uitleg van de beëindigingsovereenkomst leidt tot de conclusie dat de vorderingen van [A] niet toewijsbaar zijn, onder meer omdat de VOF al is opgeheven en de opbrengsten aan De Nieuwe Zweep toekomen. Daarnaast is geen sprake van een verbod op de overeenkomst tussen [X c.s.] en [Y].
Ook de vorderingen in reconventie en de tussenkomst van [Y] worden afgewezen. De voorzieningenrechter veroordeelt alle verliezende partijen in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van [A], [X c.s.] en [Y] af en veroordeelt hen in de proceskosten.